Als je een vertaler zoekt zijn er breed genomen drie soorten prijsklassen. De bijverdienende student, de zelfstandige professional en de grotere vertaalbureaus met vestigingen en in-house personeel.

De twee grootste argumenten die duurdere partijen hanteren om andere marktsegmenten categorisch weg te zetten als ‘marktverzieking’ komen altijd weer aan bod. Hier nu ook, maar dan met een iets andere insteek. Want kloppen die argumenten wel?

  1. “Een goede vertaling moet gedaan zijn door een native speaker in de doeltekst”

Laten we eerst eens vaststellen wat een native speaker precies is.

“Een native speaker is per definitie iemand die de betreffende taal niet als tweede taal in een gestructureerd leerproces heeft geleerd.”

Helaas pindakaas. Veel mensen zullen dus met deze definitie nooit een native speaker zijn. Het meest gebruikte argument hier is dat vertalingen aan kwaliteit winnen als ze vertaald worden vanuit de vreemde taal naar de moedertaal.

Een volledige beheersing van de brontekst is dus blijkbaar niet zo belangrijk volgens dit argument. Terwijl juist bij creatieve teksten (denk aan boeken, blogs) de juiste tone of voice in het Nederlands moet worden herkend. Nuances kunnen anders misschien verloren gaan. Erger nog zijn de fouten die je kan tegenkomen als een native speaker niet volledig de brontaal beheerst. ‘Hogeschool’ werd ooit eens ‘high school’. Cruciale fouten, enkel en alleen omdat de persoon dus niet ‘native’ is in de brontaal, maar wel in de doeltaal.

Wat een moedertaal wel kan bereiken (en daar geen alleenrecht op heeft) is een natuurlijk gevoel richting de taal. Dat stemmetje in je hoofd dat zegt: “dit klinkt niet lekker”, zonder dat je de theoretische taalkunde met al haar ‘betrekkelijke voornaamwoorden’ en ‘nominatieve bijwoordelijke bepalingen’ op een zin hoeft los te laten.

Laat dat nu nou juist ook mogelijk zijn met een vreemde taal, als de beheersing ervan op hoog genoeg niveau zit. Near-native dus. Het ligt allemaal aan de persoon zelf. Moedertaal of niet, het maakt niet zoveel uit. De kwaliteit van een tekst hangt niet af van het wel of niet zijn van een native speaker. Slechte vertalingen zijn het resultaat van een gebrek aan vertrouwen, een gebrek aan tijd of algehele onkunde.

 

  1. “Opgelicht of opgeleid”

Het is een beetje een vals dilemma. Of je kiest voor een kwakzalvende, goedkope vertaler, of je kiest voor een gediplomeerd vertaler.

Een diploma is niet altijd een noodzaak om ergens kundig in te zijn.  En ook geen garantie dat iemand wel kundig is. Verre van zelfs, getuige de regelmaat waarmee hele eindscripties worden uitbesteed aan een ander tegen betaling.

Natuurlijk. Een diploma biedt extra zekerheid. De nadruk ligt op het woord extra. In sommige sectoren is het zelfs simpelweg onmisbaar. Want zo zwart/wit is het nu ook weer niet. Niemand wil een agent zonder relevante opleiding, geen vliegtuigbouwer en al zeker geen huisarts. Maar een vertaler? Of een programmeur? Een voetbalcoach?

Voetbalcoaches moeten, om daadwerkelijk te kunnen coachen, de cursus van de KNVB doorlopen. Met een diploma ‘’coach betaald voetbal’’ op zak kunnen ze eindelijk aan de slag. Nu de vraag: maakt zo’n diploma Louis van Gaal een betere coach, of zijn eigen kunnen / talent?

Maar hoe laat je dan wél zien wat je kan? Het antwoord blijft simpel. Bied proefteksten aan, houd een lijst van referenties bij de hand, laat actief je expertise en kennis zien, sta in contact met je peers, of win het kampioenschap met AZ. Allemaal methodes die toch net iets overtuigender kunnen werken dan een diplomalijst.

Zelfs de talent scouts van de grootste bedrijven (denk aan b.v. Google) hebben dit al lang door.